PLINIUS DE JONGERE Voor altijd
Een zelfportret in brieven
Vertaald
en toegelicht door Vincent Hunink,
(Athenaeum–Polak & Van Gennep),
Amsterdam 2025
nn
blz.; ISBN 978 90 25318284
Een spookhuis in
Athene, spannende besprekingen in de senaat,
literaire stijl, luxe landhuizen en de
uitbarsting van de Vesuvius bij Pompeii.
Heel verschillende thema’s die één ding
gemeen hebben: ze worden kleurrijk
beschreven in de brieven van Plinius.
Gaius Plinius Caecilius
Secundus, beter bekend als Plinius de
Jongere (62-ca. 113) was een rijke Romein en
senator uit de tijd van keizer Trajanus. Een
man met een bevoorrecht leven. Daarvan
getuigen negen bundels persoonlijke brieven,
die hij zelf publiceerde. Vriendschap, goede
smaak en hoge morele normen spelen een
belangrijke rol. Maar er is ook aandacht
voor sterfgevallen, vreemde verschijnselen
en grappige anekdotes. Steeds hanteert
Plinius een verzorgde stijl, waarmee hij
welbewust mikt op eeuwige roem. Elke brief
is een klein kunstwerk, een wonder van taal.
In
deze brieven voel je hoe het is om te leven
als vooraanstaand senator in het Rome van
keizer Trajanus. En je krijgt sympathie voor
de ijdele, maar steeds innemende auteur.
De
nieuwe uitgave biedt alle 247 brieven in een
nieuwe vertaling in eigentijds Nederlands.
Vincent Hunink (1962)
is universitair docent Latijn en
Vroegchristelijk Grieks en Latijn aan de
Radboud Universiteit Nijmegen. Sinds 1990
vertaalt hij met grote regelmaat uit vooral
de Romeinse literatuur. uitgeverij Bij
Athenaeum bracht hij eerder drie
bloemlezingen van Plinius’ brieven uit.
Samen met Roald Dijkstra vertaalde hij Plinius' zakelijke
correspondentie met keizer Trajanus ('boek
10'). Deze verscheen eveneens bij
uitgeverij Athenaeum, onder de titel
'Majesteit!'. Zie ook meteen hieronder op
deze webpagina.
BOEK 10
In Voor
altijd zijn alleen de door Plinius
zelf voor publicatie vrijgegeven brieven
opgenomen. Er bestaat nog een kleine
andere collectie brieven van én aan
Plinius uit de zakelijke sfeer. In het
'boek 10' is zijn correspondentie met
keizer Trajanus opgenomen.
Deze brieven
vertaalde ik eerder samen met Roald
Dijkstra onder de titel Majesteit!
Op de pagina gewijd aan die uitgave
vindt u meer informatie.
Ook kunt u de hele tekst als PDF gratis
downloaden.
Al
eerder was ik erg gesteld op Pompeius
Saturninus – ik bedoel onze vriend – en ik
prees zijn talent, zelfs voordat ik wist hoe
plooibaar en veelzijdig het is. Maar nu ben
ik helemaal in zijn greep, in zijn macht, in
zijn ban. Ik hoorde hem pleiten met scherpte
en vuur, en evengoed verzorgd en verfijnd,
of hij nu voorbereid sprak of voor de vuist
weg. Veel goed getimede aforismen, gedragen
en fraaie zinsbouw, klinkende woorden van
ouderwetse snit. Het maakt veel indruk als
het in een stroom langswervelt, en het maakt
indruk bij herlezing. Je zult het met me
eens zijn zodra je zijn toespraken ter hand
neemt. Toespraken die zich gemakkelijk laten
vergelijken met elk van de oude redenaars
die hij wil evenaren.
Maar
als geschiedschrijver voldoet hij nog meer,
door bondigheid en helderheid, door een
prettige stijl en ook door zijn waardige,
hoogstaande verteltrant. Want de woorden die
hij personen in de mond legt zijn even
krachtig als in zijn eigen speeches, alleen
nog compacter, afgemetener, strakker.
Daarnaast
schrijft
hij verzen zoals mijn favoriet Catullus of
Calvus. Ja ze kunnen echt doorgaan voor werk
van Catullus of Calvus. Wat een charme en
zoetheid, wat een bitterheid en passie!
Zeker, er staan ook wat grovere stukken
tussen de zachte en lichte verzen, maar dat
is met opzet: ook dat is net als bij
Catullus of Calvus.
En
onlangs las hij me wat brieven voor, naar
zijn zeggen brieven van zijn vrouw. Plautus
of Terentius in proza, dat was wat ik meende
te horen! Of ze nu van zijn vrouw zijn zoals
hij beweert, of van hemzelf zoals hij
ontkent, in beide gevallen verdient hij
roem. Ofwel omdat hij zulke teksten heeft
geschreven, ofwel omdat hij zijn vrouw, die
als meisje bij hem kwam, zo geleerd en
stijlvol heeft gemaakt.
Ik heb
hem dus de hele dag bij me: ik lees hem
voordat ik schrijf en na het schrijven en
ook nog ter ontspanning. Met steeds de
indruk van variatie.
Dat zou
jij ook moeten doen, dat adviseer ik je met
klem. Want het feit dat hij leeft mag zijn
teksten toch niet in de weg staan? Want
stel, hij had geleefd vóór onze tijd, dan
zouden we op zoek gaan naar zijn boeken en
ook naar portretten. Maar nu hij onder ons
is valt hij uit de eer en de gratie, alsof
we op hem uitgekeken raken? Zouden we zo’n
bewonderenswaardig man niet bewonderen?
Domweg omdat we het geluk hebben hem te
zien, hem aan te spreken en te horen, te
omarmen? Dat zou totaal verkeerd en
ondankbaar zijn. We mogen hem prijzen, ja,
en nog iets meer: we mogen van hem houden.
Hartelijke
groeten,
Plinius
¶ Brief 1,16; datum: 97. ¶
Erucius: Erucius Clarus, ervaren
redenaar. ¶ Pompeius Saturninus: zie
brief 8. Blijkens Plinius’ beschrijving
is hij als schrijver een vroeg voorbeeld
van de archaďserende tendens die vooral
in de tweede eeuw in de Romeinse
literatuur opkwam. Zijn speeches en
geschiedwerk zijn niet bewaard gebleven.
¶ Catullus: Gaius Valerius Catullus (ca.
84 - ca. 54 v.Chr.), belangrijk en
invloedrijk Romeins dichter. Een bundel
gedichten van hem wordt nog altijd veel
gelezen. ¶ Calvus: genoemd in brief 2. ¶
Plautus: Titus Maccius Plautus (ca.
254-184 v.Chr.), grote Romeinse
komediedichter. Eenentwintig van diens
stukken zijn bewaard gebleven. ¶
Terentius: Publius Terentius Afer
(eerste helft tweede eeuw v.Chr.),
tweede grote Romeinse komediedichter,
van wie nog zes stukken te lezen zijn.
RECENSIES
Signalement in De Standaard van
4 september 2025 door J o c h e nd
eV
o s
‘We houden niet alleen van moderne
klassiekers, we lezen ook met plezier de
klassieken en de secundaire literatuur erover.
Zo genieten we ontzettend van de boeken van
Mary Beard en Tom Holland, en ook de recente
hervertellingen van de mythen lezen we graag.
Hoewel de vele voetnoten en context die de
klassieken soms nodig hebben de lectuur niet
altijd makkelijk maken, is dat anders met de
vertalingen door Vincent Hunink. Hij zet al
jaren klassieke teksten om in wondermooi en
toegankelijk Nederlands. Dankzij hem lazen we
voor het eerst Seneca, Tacitus en Apuleius, en
nu dus Plinius de Jongere, die we van harte
aanbevelen. Elk van zijn 247 brieven – of die
nu gaan over vriendschap, goede smaak of
morele normen – is een kunstwerkje.’
---
Signalement in De Volkskrant
van 27 december 2025 door E m i
l i a M e n k v e l d,
binnen de twee pagina grote recensie van
Cicero, Ik en Rome
'Hoe de gekuiste versie
eruit had kunnen zien, lezen we bij Plinius de
Jongere, tevens groot Cicero-fan, die een
ruime eeuw later leefde. Ook zijn
correspondentie is dit jaar vertaald, onder de
titel Voor altijd. De zogenaamd lukraak bij
elkaar geveegde brieven blijken nauwkeurig
geordend en puntgaaf, prettig variërend in
lengte en onderwerpkeuze. Plinius’ beroemdste
brief begint met een opmerking in de trant
van: goh, Tacitus, in je laatste brief vraag
je me naar de laatste uren van mijn oom
voordat de Vesuvius uitbarstte en hij tragisch
aan zijn eind kwam. Daar zal ik je eens over
vertellen. Tijdens het lezen snap je al snel:
dit zijn geen authentieke brieven, dit is een
literaire compositie waarmee de auteur zich
wil verzekeren van eeuwige roem. In vergelijking
daarmee heeft Ik en Rome een aangenaam
oprecht, soms bijna rommelig karakter.'
---
Uit
de uitvoerige bespreking door T o o
n V a n h o u d t op de
website van Kleio (december 2025):
'(...) uiterst zorgvuldig
gepolijste Latijnse brieven die veelvertaler
Vincent Hunink in een gloednieuwe, sprankelende,
literair uiterst zorgvuldig gepolijste
Nederlandse taal en stijl presenteert. (...) Dan
blijkt (hij) als vertaler een pak ambitieuzer te
zijn; veel beter dan zijn voorgangers slaagt hij
erin een vertaling af te leveren die de sfeer
van een ongedwongen briefje uitademt. (...) Wie
Plinius’ brieven snel wil doornemen om
biografische of historische informatie te
vergaren, kan met de vertaling van Peeters nog
altijd zeer goed uit de voeten. Wie de brieven
van Plinius als literatuur wil savoureren, is
het voortaan aan zichzelf verplicht om de
vertaling van Hunink te kopen en te lezen. De
blijvende literaire roem die Plinius met zijn
nog tijdens zijn leven gepubliceerde
correspondentie nastreefde, straalt krachtig op
zijn jongste vertaler af.