VincentHunink.nl



Home > ONDERZOEK > VERTALINGEN | EDITIES | PUBL.LIJST | PROJECTEN ||| BRONNEN | INDEX




intro

promo

fragment

recensies


PETRONIUS

SATYRICA

vertaald en toegelicht door Vincent Hunink
(Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 2006)

tweede, herziene editie: Amsterdam 2017

xx

ISBN 978 90 253 0496 6; 216 p.; EUR 12,50  

x

 
 ISBN 97890 2530 723 3; 93 p.; EUR 9,90

Speciale (deel)uitgave t.g.v. Boekenweek 2017











Romeins Italië, in de tijd van keizer Nero. Er heerst welvaart en vrede maar voor de kleine man kan het leven hard zijn. Gelukkig kom je met bluf en brutaliteit een heel eind en zijn er genoeg rijken bij wie wat te halen valt. Welkom in de wereld van Encolpius en Giton!

Deze hoofdfiguren, een voormalige slaaf en zijn jonge seksvriendje, leiden een ongebonden bestaan, maar zorgen hebben ze ook. Hun verhouding wordt voortdurend bedreigd en Encolpius kampt met een beschamende impotentie. Hij raakt daar ten slotte wel vanaf maar pas na allerlei verwikkelingen. Zo raken de vrienden verzeild in een orgie en een uitzinnig decadent maal, het beroemde 'diner van Trimalchio'.

Petronius' roman Satyrica is uniek in de antieke literatuur vanwege zijn scherpe realisme. Hoerenkast of marktplein, louche hotel of vrachtschip: binnen elk decor geeft dit verhaal een overtuigend beeld van het bestaan van gewone Romeinse mensen. Charmante bedriegers en patsers, plat pratende eters, doortastende vrouwen en geile jongens, in dit boek komen ze waarachtig tot leven.

Deze fonkelnieuwe, sprankelende vertaling biedt alle bewaarde gedeelten van de Satyrica voor het eerst onverkort in het Nederlands. 

Het Satyricon is al vele jaren leverbaar in een vertaling van A.D. Leeman, die stamt uit de jaren '70. Hoewel deze vertaling grote kwaliteiten bezit, lijkt een nieuwe vertaling na ruim dertig jaar gewenst. Na mijn vertaling van Apuleius' Metamorfosen, die andere Romeinse roman, heb ik het aangedurfd aan dit project te beginnen. In de vertaling die ik voorbereid wordt de gehele Latijnse tekst verwerkt (Leeman liet een lang gedicht uit de tekst weg). Verder beoogt de vertaling het Latijn getrouwer weer te geven, zonder aan levendigheid in te boeten. Ook wil de vertaling meer rekening houden met het moderne onderzoek naar de tekst, onder meer naar obsceniteiten.

Als nevenproject bij deze vertaling verscheen elders in 2007 een tweetalige bundel met een aantal epigrammen op naam van Petronius.

xx

eerste druk (2006); ISBN 90 253 4197 7; 216 p.; EUR 17,95

De vertaler (l) overhandigt het eerste exemplaar aan prof.dr. Fik Meijer
Leiden, 15 september 2006



PROMOTEKST

van Boekhandel Roelants (Nijmegen)


Petronius' Satyrica behoeft geen nadere aanbeveling. De vrolijkste roman uit de klassieke oudheid is zelf zijn beste reclame: wie dit boek niet leest is gek. Maar een nieuwe Nederlandse vertaling roept misschien wel vragen op. Sinds jaar en dag is er een Nederlandse versie beschikbaar: de vertaling van A.D. Leeman. Waarom dan deze nieuwe uitgave?
Om te beginnen heeft de vertaler, Vincent Hunink, alles vertaald. Leeman liet wel eens een 'saai' stuk weg, maar Hunink laat de lezer juist de ruimte om zelf te oordelen. Verder is het moderne Petronius-onderzoek in de nieuwe vertaling verwerkt. Dat blijkt bijvoorbeeld in de weergave van obscene passages. En misschien nog belangrijker: toon en aanpak zijn anders, wat misschien onvermijdelijk is na enkele decennia. Hunink vermijdt Randstedelijk dialect, omslachtige wendingen of moraliserende toelichtingen, en kiest voor een strakke stijl die de accenten van Petronius zoveel mogelijk intact laat.
Elk boek verdient na een paar decennia een opknapbeurt. De nieuwe vertaling schiet Petronius' Satyrica met kracht de 21e eeuw in.
Wie zich wil overtuigen met tekstfragmenten kan terecht op http://petronius.vincenthunink.nl/. Ook leuk om te vergelijken als u de oude vertaling toevallig in de kast heeft staan (Leeman p.21 e.v. Hunink p. 25 e.v.) Uiteraard is de nieuwe Petronius-vertaling op voorraad leverbaar bij Roelants. De prijs is
17.95

 



FRAGMENT

Terwijl ik aandachtig stond te luisteren, had ik niet door dat Ascyltos er vandoor ging.

*

En terwijl ik opgewonden door de hitte van dat debat verder liep, stroomde er een grote groep studenten de zuilengang binnen. Ze waren kennelijk bij een of andere spreker geweest die na Agamemnon's ingestudeerde pleidooi een geďmproviseerd betoog had afgestoken. Terwijl de jongelui zijn spreuken belachelijk maakten en zijn hele spreekstijl afkraakten, zag ik mijn kans schoon en glipte weg. In looppas zette ik de achtervolging van Ascyltos in.

Maar ik raakte de weg kwijt en ik wist niet waar onze herberg was. Welke kant ik ook op ging, telkens kwam ik terug op de dezelfde plek. Op een gegeven moment stapte ik doodvermoeid en zwaar bezweet naar een oud vrouwtje dat wat groente van het land zat te verkopen. 'Ach, moedertje,' zei ik, 'weet ú misschien waar ik logeer?'

Zij had plezier om mijn domme geintje en antwoordde: 'Maar natuurlijk!' Daarop kwam ze overeind en begon mij voor te gaan. Ik hield haar voor een zieneres en

*

Toen we kort daarna op een afgelegen plek kwamen, trok de oude vrouw heel vriendelijk een lappengordijn opzij en zei: 'Hier moet je logeren!'

Terwijl ik nog opmerkte dat ik het huis niet herkende, zag ik daar wat figuren die steels rondliepen temidden van prijskaartjes en naakte meiden. Laat, ja, te laat besefte ik dat ik was meegevoerd naar een hoerenkast. Ik vervloekte het oude wijf dat mij zo in de val had laten lopen, bedekte mijn hoofd en sloeg op de vlucht. Midden door het bordeel liep ik naar de andere kant, en kijk eens aan, pal bij de ingang loopt mij daar Ascyltos tegen het lijf. Hij was al even uitgeput en bijna dood als ik: je zou haast denken dat hij was meegevoerd door hetzelfde oude wijf. Lachend begroette ik hem en vroeg hem wat hij daar nu deed op zo'n smoezelige plek.

Hij wiste zich met beide handen het zweet af en zei: 'Als je eens wist wat mij is overkomen.'

'Wat dan?'

'Ik was door heel de stad aan het zwerven,' zei hij, bijkans bezwijkend, 'maar kon niet meer vinden waar ik de herberg achter mij had gelaten. Toen stapte een nette mijnheer op me af met de allervriendelijkste belofte dat hij mijn gids zou zijn en de weg wel zou wijzen. Vervolgens baande hij zich een weg via de donkerste steegjes en bracht me hier op deze plek, waar hij zijn geldbuidel trok en mij ontuchtige voorstellen deed. Een hoertje had al een paar centen van hem bedongen voor haar werkruimte, de man had me al stevig vast, en als ik niet de sterkere was, zou ik lelijk de klos zijn geweest!'

(...)

Als door een nevel zag ik daar Giton op de stoep staan en ik vloog op hem af.

*

Toen ik vroeg of broertje ons misschien iets te eten had gemaakt, ging de jongen op bed zitten en veegde met zijn duimen een stroom van tranen weg. Ik raakte van slag door broertjes gedrag en vroeg hem wat er gebeurd was. Een tijdlang hield hij zich in en wilde niets kwijt, maar toen ik bij alle smeekbeden ook boos werd, zei hij: 'Die broer of maat van jou kwam daarnet onze kamer binnenrennen en wilde de aanval openen op mijn blanke onschuld. En toen ik het uitschreeuwde trok hij zijn zwaard en zei: "Ben jij Lucretia? Dan heb je nu Tarquinius gevonden!"'

Na dat verhaal schudde ik mijn vuisten voor Ascyltos' ogen. 'Wat moet dat?' riep ik. 'Hoerenjong met je benen wijd en die stank tot in je mond!'

Ascyltos deed of hij huiverde. Maar vervolgens zwaaide hij heftiger met zijn vuisten en zette een veel hardere toon op. 'Hou je bek!' schreeuwde hij. 'Gore gladiator, uitschot van de arena! Hou je bek, killer in de nacht. Zelfs niet toen je nog een kerel was heb jij gestreden met een echte vrouw. Nee, in het park moest ík je broertje zijn, net zoals nu die jongen hier in de herberg!'

'Jij bent er tussenuit geknepen bij dat gesprek met de professor!'

'Wat moest ik dan doen, grote stomkop? Ik ging kapot van de honger! Of had ik soms al die spreuken moeten aanhoren, dat gerinkel en getinkel, die uitgewerkte hersenschimmen? Jij bent verdomme veel erger dan ik: om een etentje te krijgen heb je die dichter complimenten gegeven!'

*

Zo barstten we na die vreselijke ruzie weer in lachen uit.

 

 

==========================

Een ander vertaald fragment (c. 32-34) is gepubliceerd in Kunsttijdschrift Vlaanderen, 54, 2005, nr. 304, 44-45, in een speciaal katern dat een eerbetoon brengt aan Patrick Lateur. Voor volledige tekst zie onder bij links.

==========================




RECENSIES

(1e druk 2006)


Uit: Nederlands Dagblad,
 6 oktober 2006

Bij dezelfde uitgever en van dezelfde vertaler verscheen eerder dit jaar een bloemlezing uit de Legenda aurea, een middeleeuwse verzameling heiligenlevens van Jacobus de Voragine. Dat is wel iets heel anders dan de schelmenroman Satyrica, waarschijnlijk geschreven door Petronius, arbiter elegantiae aan het hof van keizer Nero. Het verhaal over Encolpius en zijn vriendje Giton is uitzonderlijk schaamteloos; hoewel de middeleeuwse kopiisten de meest onkuise gedeelten waarschijnlijk al hebben geschrapt. Petronius vertelt het verhaal met een zeker raffinement. Een figuur als de dichter Eumolpus (verheven opvattingen, vuige praktijk) vergeet je niet. Maar ook na twee millennia heeft het lichtzinnige plezier van Petronius om al deze volkse figuren, die hun hedonistische wansmaak zonder terughouding etaleren, nog weinig van zijn weerzinwekkendheid verloren. De vertaler heeft merkbaar plezier gehad in zijn werk. De vertaling is bedoeld als opvolger van de editie van A.D. Leeman uit 1966.

---------------

Uit: HP/De Tijd
23 september 2006

Wij kennen hem beter als 'Satyricon', naar de ophefmakende film van Fellini. In een nieuwe Nederlandse vertaling die zonet verscheen bij Athenaeum Polak & Van Gennep, is de roman van de Romeinse auteur Petronius vertaald als 'Satyrica'. (...) Middeleeuwse kopiisten zetten met name graag de schaar in de erotische passages. Enkel het diner van Trimalchio is zo goed als compleet bewaard. Toch is 'Satyrica' nog goed leesbaar, ook omdat de vertaler achteraan de verhaallijn van de roman samenvat.
(MH)

---------------


Uit: De Groene Amsterdammer
10 november 2006

Vincent Hunink heeft in zijn nieuwe vertaling zijn best gedaan de stijlkenmerken van het origineel getrouw weer te geven. 
(Pi e t  G e r b r a n d y)

(NB de recensie van Piet Gerbrandy, getiteld 'In gesprek met zijn roede' is voor het overige een lezenswaardig essay over de inhoud van de Satyrica. Het essay is online voor Groene-abonnees beschikbaar en voor anderen nabestelbaar).

---------------


Uit: Vrij Nederland
9 december 2006, p.76-77

Met de groot gezette ondertitel 'Ondermaatse vertaling van geniaal boek' geeft  Allard  S c h r ö d e r een lang betoog over het boek, dat in de laatste kolom eindigt met de volgende opmerkingen over de vertaling.

'(...) Helaas is de 'Satyrica' met samengeknepen billen vertaald, waardoor van de geest van het boek bijna overal slechts een walmend pitje overblijft. Het Latijn heeft voor de vertaler, Vincent Hunink, weinig geheimen, het Nederlands wel. Dat komt omdat hij 'op veel punten heeft gemeend dichter bij het Latijn te kunnen blijven, vooral in de woordvolgorde (...)'. Een dwaling. Alsof de woordvolgorde van het Latijn ook maar enige betekenis in het Nederlands heeft. Het resultaat van deze opvatting vindt men in zinnen als deze: 'Wat mijn eigen deelname betreft, ik wijs geen enkel risico van de hand zolang het enige hoop op redding biedt!'Of: 'Een kunstmatig kleurtje bezoedelt het lichaam doch brengt geen verandering teweeg'. Het gymnasiaal Nederlands, dat Hunink naar eigen zeggen heeft willen vermijden, is volop aanwezig. 'Furia' heet nog gewoon ouderwets 'razernij' - er is zelfs sprake van een 'razende ziel' - 'flere' is 'wenen' in plaats van 'huilen', 'tacere' 'zwijgen' in plaats van 'zijn mond houden' en 'secreta' zijn 'geheimenissen', waar gewoon 'geheimen' had volstaan. Bij herhaling gebruikt Hunink oubollige jongensboekentaal als 'ons buikje rond eten' of 'er gloeiend bij zijn'. Hoewel hem af en toe wel eens wat lukt, is deze Nederlandse Petronius in het algemeen onder de maat. Dertig jaar zou de vertaling kunnen meegaan, aldus de trotse vertaler. Ze is eigenlijk nu al aan vervanging toe. Gelukkig kan het werk wel tegen een stootje. (...)'

Reactie van Vincent Hunink (10-12-2006): Kritiek krijgen vindt niemand leuk, maar hoort er natuurlijk bij als je iets publiceert. Maar het wordt onplezierig als aantijgingen unfair zijn of zelfs moedwillig een vertekend beeld geven.

De passage over de vertaling is op de eerste plaats een treurig voorbeeld van de manier waarop in Nederland ‘vertaalkritiek’ nog steeds kan worden bedreven: men zet aan het slot een paar losse frasen of zelfs losse woorden naast elkaar die niet bevallen en men concludeert dan meteen dat het geheel ‘onder de maat is’. Bij gebrek aan contekst heeft de lezer verder het nakijken.

Op de tweede plaats is hier veel af te dingen op de details. Gelukkig kan ik op deze plek zelf nog iets uitleggen, al zal het weinig meer helpen. Maar ik wil de punten van ‘kritiek’ niet onweersproken laten.

1. de kwestie van de woordvolgorde
Vroeger meende men dat de woordvolgorde in het Latijn er niet toe doet en volkomen vrij is. Tegenwoordig is het inzicht, eenvoudig gezegd, dat de ordening van informatie in de Latijnse zin wel degelijk aan regels is onderworpen en daarbij ook nog bewuste keuzes en accentuering kan weergeven. Het is dus simpelweg zaak daar rekening mee te houden. Dit inzicht zou ook S. moeten hebben bereikt. Discussie hierover lijkt me verder zinloos.

2. de 'gymnasiale' zinnen
S. hoeft mijn zinnen natuurlijk niet mooi te vinden, maar het is domweg onjuist om de indruk te wekken dat de voorbeelden mijn neutrale vertaalstijl weergeven.

De eerste zin (‘Wat mij betreft...’) komt van p.130 (c.102). Hier is Eumolpus in ronkende taal de Grote Leermeester aan het spelen tegenover zijn benauwde vrienden. De plechtige taal werkt in zijn mond vooral komisch. Ik heb me in de vertaling eigenlijk nog ingehouden: het recente commentaar van Habermehl (2006) wijst terecht op het zeer zeldzame gebruik van ‘comitatus’ (‘medewerking’: bij mij ‘deelname’) en op de opzettelijke Ciceroniaanse slot-wending ‘spem salutis ostendit’.

De tweede zin komt van de volgende pagina, p.131 (c.102). Nu is de jonge Giton aan het woord, die in zwaar retorisch aangezette, pathetische formuleringen zijn spreek- en acteertalent toont. Ook hier laat alleen al de lange noot van Habermehl zien hoeveel verwijzingen er achter de woorden liggen. Het móet hier aanstellerig en pedant klinken: dat past bij het sprekende personage!

3. losse woorden
Zijn de zinnen al uit hun verband gerukt, voor de losse woorden geldt dat nog meer. ‘Furia’ komt verschillende keren in dit soort conteksten van retorisch aanstellerig vertoon voor, zoals in de openingszin van de Satyrica en in het lange, gezwollen gedicht over de Burgeroorlog.
In c.118 (p.156) diskwalificeert de oude Eumolpus andere dichters die verkeerde poëzie schrijven: dat zijn 'profetieën van een razende ziel’. Daarna barst hij zelf los in een lang, gezwollen gedicht.
En ja, natuurlijk schrijf ook ik ‘huilen’ en ‘je mond houden’, óók in deze vertaling, en zijn ‘wenen’ en ‘zwijgen’ gereserveerd voor pseudo-verheven taalgebruik, zoals de figuren dat bij bepaalde gelegenheden gebruiken om indruk te maken.
Mijn vertaling ‘geheimenissen’ (p.35, c.17, woorden van de imposante Quartilla over een religieus ritueel) is een kleine toespeling op Vondels ‘Altaergeheimenissen’ en de mooie beschouwing daarover van Frans Kellendonk: S. zelf zegt terecht dat de Satyrica vol verwijzingen en literaire toespelingen staan. Dat rechtvaardigt dus wel eens een enkel beladen woord, vind ik. Jammer als het de criticus of lezer ontgaat.

4. nog twee wendingen
Tja, ‘ons buikje rond eten’ klinkt lullig, maar dat is, opnieuw, met opzet. Het Latijn heeft ‘nos impleuimus cena’ (p.34, c.16) letterlijk ‘we vulden ons met het diner’, dus er staat echt iets meer dan ‘we aten’.
En dat ‘gloeiend erbij zijn’ (p.39, c.22) is inderdaad iets vetter vertaald dan het Latijn, maar geeft een bedoeld klein extra effect: in de alinea ervoor is er sprake van olielampen zonder brandstof, en in de alinea erna van nieuwe olie voor diezelfde lampen. Een kleine talige knipoog in het Nederlands dus, ter compensatie van effecten elders die ik niet kon overbrengen.

5 'dertig jaar'
Tot slot de ‘trotse vertaler’ volgens wie de vertaling ‘dertig jaar zou kunnen meegaan’.  Op p.214 schrijf ik in het nawoord, enkele alinea’s na een passend eerbetoon aan een ándere, voorgaande Petronius-vertaling van Leeman dat het ‘mooi zou zijn als deze vertaling ook weer een jaar of dertig meekan’. Wie goed leest, proeft hier toch een andere nuance dan S. suggereert.

S. heeft zijn harde oordeel gebaseerd op een paar losse frasen, zonder enige nadere onderbouwing. Bij geen enkel voorbeeld is rekening gehouden met de retorische en dramatische contekst. Er zijn gewoon willekeurig wat frasen uit de tekst geplukt en geďsoleerd. In dit geval, uit de pen van een ervaren classicus, criticus en schrijver, geeft dat te denken. Naar mijn idee is hier sprake van moedwillig verkeerd lezen.

---------------

Uit: De Standaard,
 5 januari 2007, p. L15

'(...) Wie in het Nederlands een authentiekere Petronius wilde lezen, was tot nu toe aangewezen op de vertaling van A.D. Leeman (1972). Zijn levendige en vrijmoedige, maar ongelijke en niet geheel volledige weergave klinkt nu wat gedateerd. De nieuwe versie van de productieve latinist Vincent Hunink bekt beter, al treft ook hij de beschaafde toon van de verteller en de platte taal van de bijfiguren niet echt. Alleen een stilist als Gerard Reve zou de suprieure ironie kunnen evenaren waarmee Petronius de schunnigste situaties beschrijft. 
Dat bezwaar mag niemand weerhouden deze versie te lezen (...)' 
(P a u l   C l a e s)

---------------

Uit: De Volkskrant,
19 januari 2007, p.28

'De goede lezer, doceerde Nabokov al, is de herlezer. Die kijkt scherper. Deze week: choreograaf Rudi van Dantzig (1933), auteur van de roman Voor een verloren soldaat (1986), herleest Petronius’ Satyrica.'

Hoe lonend is het je als ‘gewoon’, niet klassiek geschoold lezer te verliezen in een vertelling uit de Romeinse oudheid: wat kun je daar vandaag de dag nog van meenemen? ‘Lonend’, ‘verliezen’, ‘meenemen’ : Petronius, de schrijver van Satyrica, zou ondergetekende daarvoor op sarcastische wijze een draai om de oren hebben toegediend.
(...)
Petronius' zienswijze en commentaar op gebeurtenissen uit de Romeinse keizertijd doen vaak denken aan onze huidige maatschappij, vooral ook dankzij Vincent Hunink, die de antieke schelmenroman op virtuoze manier in een uitermate hedendaags taalgebruik heeft overgezet.
(...)
In Satyrica volgen we de belevenissen van het vriendenpaar Encolpius en Giton, drinkend, vechtend, vretend en veelvuldig vrijend, zowel met mannen als met vrouwen, en dat alles uiterst veelzeggend verwoord.

‘Grote goden, wat een nacht! / Heerlijk zo'n bed! We kleefden heet / tegen elkaar en lieten de zielen / overspringen van lip op lip. / Vaarwel dus, sterfelijke zorgen! / Ik had er wel in willen blijven’: je vraagt je af of dat een vondst van de vertaler is, of dat Petronius zelf een dergelijke dubbelzinnigheid heeft neergeschreven.
(...)
De vertaler las de Latijnse tekst als tweedejaarsstudent, begin jaren tachtig, ‘met rode oortjes en met stijgende verbazing en bewondering,’ en sindsdien heeft Petronius hem nooit meer losgelaten. Daarvan levert Huninks Satyrica het overtuigend bewijs: voor hem werd herlezen herscheppen. 
(R u d i   v a n  D a n t z i g)

---------------

Uit: Filter 14, 2007, 1
maart 2007

"In tijden van hernieuwde aandacht voor de Romeinse geschiedenis (denk aan het succes van Tom Hollands Rubicon, Robert Harris’ roman Imperium, de televisieserie Rome  etc.) is een nieuwe vertaling van (alle restanten van) het bijna verloren gegane meesterwerk  Satyrica van Petronius een gebeurtenis van de eerste orde.  Petronius is naar alle waarschijnlijkheid de etiquettemeester en maître des plaisirs (elegantiae arbiter) van keizer Nero die bepaalde wat men aan het hof trendy moest vinden. Hij viel in ongenade, hield de eer aan zichzelf  en zou temidden van het vertellen van grappen en wufte liedjes zijn eigen dood regisseren. Vincent Hunink verving de vertaling van A.D. Leeman uit 1966, en dat was nodig, hoe verdienstelijk die ook was. Binnen dertig jaar zal het Huninks lot zijn.

(...)

Hoe vertaal je een roman in flarden, vol parodieën en pastiches? Hoe laat je de man uit de straat spreken? Het maakt van elke vertaling van de Satyrica een huzarenstuk.

Ik geef één voorbeeld. Van een gedicht. Twee vertalers: Leeman en Hunink.     

 

Hemelse goden, welk een nacht!

            Hoe was het bed ons zwoel en zacht!

            Drinkend elkanders ademjacht

            wensten we ‘s levens last te derven

            en deze zoete dood te sterven.

 

Dat wordt bij Hunink tekstgetrouwer, preciezer en opwindender:

           

Grote goden, wat een nacht!

            Zo’n heerlijk bed! We kleefden heet

            tegen elkaar en lieten de zielen

            overspringen van lip op lip.

            Vaarwel dus, sterfelijke zorgen!

            Ik had er wel in willen blijven.

 

Ik mis alleen “errantes” bij die zielen: ze zijn zwervend, delirerend. De kus als een overdracht van zielen is een topos sinds een Grieks epigram dat aan Plato wordt toegeschreven.  Hunink noemt de vertalingen van Leeman gekenmerkt “door een badinerende toon, die voortkomt uit een te geringe dunk van de originelen”. Badinerend zou ik bovenstaande vertaling van Leeman niet noemen, maar de geringe dunk van het origineel heeft inderdaad de frisheid en onbevangenheid van het versje opgeofferd aan een onnodig plechtig gerijm.

Hunink heeft spelfouten, dialect en streekgebonden woordgebruik in de passages waar volkse types plat Latijn spreken bewust vermeden: “Het gevaar van een ál te spreektaal-achtige weergave is dat de vertaling snel veroudert. Het zou mooi zijn als deze vertaling ook weer een jaar of dertig meekan. Ik ben daarom in deze passages minder ver gegaan dan ik kon en soms ook graag wilde.” Dat is soms jammer. 

Zo is Echion - een wandelend vat vol gemeenplaatsen en bekrompenheid - bij Leeman een voddenkoopman (“lompenkoopman” in de vertaling van Paul Van de Woestijne uit 1944) maar bij Hunink een gewone klerenhandelaar. De waterpot van Leeman is een vieze kamerpot geworden bij Hunink, maar Van de Woestijne heeft de meest treffende vertaling: die piespot van een wijf (matella). Met wat meer durf had er hier en daar iets meer ingezeten. Te meer omdat heel wat woorden onvaste betekenissen hebben en wat marge laten: zo is een stel dwergen bij Leeman een paar sjonnies  bij Hunink (cadeeën bij Van de Woestijne), maar je kan evengoed aan kleerkasten denken of body guards.

Maar laat mij wel wezen: in zijn geheel is deze vertaling te prijzen. Ze geeft ons de ravissante flarden terug van een boek dat onze tijd een onbedoelde spiegel aanreikt.

Als er een moraal is in deze roman, dan deze: toon de wereld zoal hij is, bevolk hem met parvenus, blaaskaken en ijdeltuiten. Laat seks zien als het krachtigste incentive. En doe het allemaal dansen. De stijl is de aanklacht."

L u c   D e v o l d e r e

tekst overgenomen met welwillende toestemming van de auteur. Luc Devoldere is hoofdredacteur van het tijdschrift Ons Erfdeel

-----------------

(...) 'Vincent Hunink (die eerder o.m. Apuleius vertaalde) heeft een grandioze vertaling geleverd van deze schelmenroman, waarin vrijwel geen gewoon mens voorkomt: het gaat (zegt de Inleiding) om 'slaven en vrijgelatenen, sjacheraars, oplichters en fraudeurs, verlopen leraren en mislukte dichters'. De fragmentarische overlevering van de tekst geeft eigenlijk een heel moderne indruk: net als in een film verschuift het beeld regelmatig. Na de inmiddels 'klassieke', maar inmiddels wat gedateerde vertaling van A.D. Leeman uit 1966 is deze levendige nieuwe vertaling, die voor het eerst ook werkelijk volledig is, een prachtige verrijking. Een korte inleiding en een nawoord over vertaalprincipes maken het boek echt 'af'. Ook zeer leesbaar voor wie niets met de 'klassieken' heeft. Ook bekend geworden door de verfilming door Fellini. Kleine druk.

G. B e r v e l i n g   op http://www.bol.com/nl/p/satyrica/1001004002851561/

-------------------


Het diner van Trimalchio (2017)


Bespreking door N a d i a E z z e r o i l i   in de Volkskrant van 8 april 2017 (Sir Edmund p.32) EN De Morgen van 12 april 2017, p.40

"Wilde seksorgieën, bacchanalen en vreetpartijen: Romeinen dragen de reputatie van goddeloze viespeuken. Onterecht, volgens de achterflap van Het diner van Trimalchio, want ‘de Romeinse literatuur is juist serieus en ingetogen’. Vast, maar dat geldt dan niet voor dit boekje van Petronius. Het diner van Trimalchio, een meeslepend fragment uit de schelmenroman Satyrica (opgetekend in de 1ste eeuw na Christus), is een van de bekendste sce  nes uit de literatuur van de oudheid. Trimalchio, een vrijgelaten slaaf die als parvenu door het leven gaat, organiseert een banket om te pronken met zijn rijkdommen. Encolpius, de benevelde verteller, slaat de decadentie gade. De avond is een slagveld. Er komen gerechten voorbij als testikels en de baarmoeder van een ongedekte zeug. De meest onwaarschijnlijke verhalen, vol gepoch en ranzigheid, worden gierend van het lachen door de gasten verteld. En tot overmaat van ramp krijgen slaven en ‘lieverdjes’ (jongensprostitués) een vernederende behandeling die even achteloos als humoristisch wordt beschreven. Compleet onpasselijk Wie niet thuis is in oude Romeinse gebruiken, leert bovendien leuke, totaal nutteloze wetenswaardigheidjes. Zo draagt een everzwijn dat het klapstuk van het diner van de avond ervoor was, maar niet is opgegeten, een vrijheidsmutsje. Aangesneden en al wordt het dier als ‘vrijgelatene’ opgediend. Het diner van Trimalchio is een hilarische ode aan losbandigheid en waanzin. Langzaam en opgewekt verliest de verteller zijn decorum. Dat duurt bijna 80 pagina’s, tot hij getuige is van een sce  ne waarvan ook hij zo ‘compleet onpasselijk’ wordt, dat hij het feest ontvlucht. Jammer, want het krankzinnige en meeslepende banket had nog veel langer mogen duren."

-------------------

uit de bespreking door V e r a   W e t e r i n g s  op www.hereditasnexus.nl

Het fictieve diner is niet alleen buitengewoon interessant vanwege het afwijkende onderwerp, maar ook vanwege de opzettelijk slordige spreektaal die wordt gebruikt. Hunink laat deze platte dialogen in zijn vertaling bijzonder fraai tot zijn recht komen.

volledige bespreking hier


-------------------

onverwachte bespreking in de kookrubriek van de Volkskrant wo 10 mei 2017, p. V18 door O n n o  K l e y n




LINKS


latest changes here: 7-3-2017

 


Petronius op VincentHunink.nl

Klein Geluk (epigrammen)

Artikel over vertaling

Vertaald fragment

Ancient Narrative/Petronian Society Newsletter

Athenaeum-Polak & Van Gennep


 

HOME VH / vincenthunink.nl

(c) 2017 V. Hunink

copyright statement  / contact